Path4HCPs

De hypothalame MC4R-pathway

De hypothalamus

De hypothalamus is een belangrijk deel van de hersenen dat verschillende neuro-endocriene functies regelt, waaronder de regulering van de energiebalans, eetlust en lichaamsgewicht.1,2

Het is een verzameling van onderling verbonden nuclei in het suprasellaire gebied van de hersenen boven de hypofyse, die de volgende functies regelt:3,4

  • Slaap-waakritmeSlaap-waakritme
  • VermoeidheidVermoeidheid
  • ThermoregulatieThermoregulatie
  • Dorst, zout- en waterbalansDorst, zout- en waterbalans
  • Energiebalans via de melanocortine-4-receptor (MC4R)-pathwayEnergiebalans via de melanocortine-4-receptor (MC4R)-pathway

Wat is de melanocortine-4 
receptor pathway?

De melanocortine-4-receptor (MC4R)-pathway in de hypothalamus is een belangrijke signaalroute die verantwoordelijk is voor het reguleren van honger, voedselinname [calorieën] en energieverbruik, wat vervolgens van invloed is op het lichaamsgewicht.5–7

Voor een goede regulering van de eetlust is een voldoende niveau van α-melanocytstimulerend hormoon (α-MSH) nodig, dat MC4R-neuronen activeert, waardoor het hongergevoel afneemt en het energieverbruik toeneemt.8,9,10

  • 1

    De hypothalame MC4R-pathway speelt een belangrijke rol bij het reguleren van verzadigingssignalen, waarbij neurale activering plaatsvindt in het hypothalamusgebied van de hersenen als reactie op de afgifte van leptine uit vetweefsel.

  • 2

    Voor een goede regulering van verzadigingssignalen is een voldoende niveau van het neuropeptide alfa-melanocytstimulerend hormoon (α-MSH) nodig, dat zich bindt aan de MC4R.

  • 3

    Activering van MC4R door α-MSH reguleert verzadiging, voedselinname en energieverbruik, die allemaal bijdragen aan de regulering van het lichaamsgewicht/de lichaamssamenstelling.

Verstoring van de 
MC4R-pathway

Zeldzame hypothalame MC4R-pathway ziekten kunnen ontstaan na lichamelijk letsel of structurele afwijkingen van de hypothalamus met MC4R-pathway verstoring en andere functionele stoornissen, of als gevolg van zeldzame genetische varianten die de MC4R-pathway rechtstreeks verstoren.11

Verstoring van de MC4R-pathway kan leiden tot een verstoorde productie van α-MSH, waardoor de MC4R-signalering wordt verstoord en hyperfagie (onverzadigbare pathologische honger), een verminderd energieverbruik en een aanzienlijke toename van het lichaamsgewicht ontstaat, de belangrijkste klinische kenmerken die worden waargenomen bij patiënten met deze ziekten.11-13

Verworven hypothalame obesitas

Verworven hypothalame obesitas (aHO) is een versnelde en aanhoudende gewichtstoename als gevolg van lichamelijk letsel of structurele afwijkingen van de hypothalamus met MC4R-pathway verstoring en andere hypothalame functionele stoornissen.14

Deze verstoring van de MC4R-pathway vermindert de productie van α-melanocytstimulerend hormoon (α-MSH) en kan mogelijk leiden tot aHO, wat gepaard gaat met hyperfagie en een verminderd energieverbruik.11-14

Oorzaken van aHO

Zeldzame genetische varianten die de MC4R-pathway direct verstoren: syndromale ziekten en monogenetische ziekten

Bij syndromale ziekten en monogenetische ziekten kan de MC4R-pathway worden verstoord door genetische varianten upstream van de MC4R, wat leidt tot hyperfagie en early-onset obesitas.7,12,30

Genetische oorzaken

Bij complexe syndromale ziekten, zoals het Bardet-Biedl syndroom (BBS), wordt de MC4R-pathway verstoord door genetische varianten, waarbij hyperfagie en early-onset obesitas vaak gepaard gaan met neurologische ontwikkelingsachterstand of dysmorfe kenmerken en orgaanspecifieke ontwikkelingsafwijkingen.12,30 

Er zijn varianten in ten minste 26 BBS-genen en 4 modificerende genen geïdentificeerd die de LEPR-signaaloverdracht en de daaropvolgende activering van neuronen, die downstream de MC4R tot expressie brengen, verstoren, wat mogelijk leidt tot hyperfagie en early-onset obesitas.31

Blijf op de hoogte en krijg ondersteuning wanneer u die nodig heeft

Krijg toegang tot educatief materiaal, updates en inzichten van experts of neem contact op als u vragen heeft die nog niet zijn beantwoord.

Blijf op de hoogte

Registreren om op de hoogte te blijven van de release van nieuwe bronnen

 
 

Referenties:

  1. 1.

    Farooqi IS. Biol Psychiatry. 2022;91(10):856–59

  2. 2.

    Yeo GSH, et al. Mol Metab. 2021;48:101206

  3. 3.

    Van Santen HM, et al. Eur J Endocrinol. 2023;188:10.1093/ejendo/lvad009

  4. 4.

    Waterson MJ, and Horvath TL. Cell Metab. 2015;22:962–970

  5. 5.

    Krashes MJ, et al. Nat Neurosci. 2016;19(2):206–19

  6. 6.

    Cone RD. Endocr Rev. 2006;27(7):736–49

  7. 7.

    Loos RJF and Yeo GSH. Nat Rev Gens. 2022;23(2):120–133

  8. 8.

    Van Santen HM. Horm Res Paediatr. 2025:10.1159/000543544

  9. 9.

    Dimitri P, et al. Front Endocinol. 2022; 13:8468803

  10. 10.

    Garnett MR, et al. Orphanet J Rare Dis. 2007;2:10.1186/1750-1172-2-18

  11. 11.

    Roth CL, et al. Obesity (Silver Spring). 2015;23(6):1226–1233

  12. 12.

    Hochberg I, et al. Obes Rev. 2010;11:709–721

  13. 13.

    Roth CL, et al. Diabetes Obes Metab. 2024;26:34–45​

  14. 14.

    Madsen PJ, et al. J Neurosurg Pediatr. 2019;24(3):236–245

  15. 15.

    Van Santen HM and Muller HL. Endocr Rev. 2025:10.1210/endrev/bnaf025

  16. 16.

    Ruiz S et al. Eur J Endocrinol. 2022;186(6):R79–R92

  17. 17.

    Maas AI, et al. Lancet Neurol. 2008;7(8):728–741

  18. 18.

    Crenn P, et al. Clin Nutr. 2014;33(2):348–353

  19. 19.

    Mele C, et al. Int J Mol Sci. 2021;22:10.3390/ijms22052686

  20. 20.

    Jais A and Bruning JC. J Clin Invest. 2017;127:24–32

  21. 21.

    Goszyonyi G, et al. Brain Structure and Function. 2020;225:1459–1482

  22. 22.

    Etemadifar M, et al. Care Rep Med. 2012:10.1155/2012/768580

  23. 23.

    Cerbone M, et al. E Clinical Medicine. 2020;19:100224

  24. 24.

    Hietamäki J, et al. E Clinical Medicine. 2022;51:101556

  25. 25.

    Beales PL, et al. Obes Rev. 2025;26:10.1111/obr.13915

  26. 26.

    Baldini G and Phelan KD. J Endocrinol. 2019;241:R1–R33​

  27. 27.

    Roth et al. Obesity. 2011;19:36-42

  28. 28. Fonseca ACP, et al. J Diabetes Complications. 2017;31:1549–1561.
  29. 29.

    Huvenne H, et al. Obes Facts. 2016;9:158–173

  30. 30. Hampl SE, et al. Pediatrics. 2023;151(2).
  31. 31. Malhotra S, et al. J Pediatr Genet. 2021;10;194–203
  32. 32. Sivasubramanian R. and Malhotra S. Gastroenterol Clin N Am. 2023;52:323–332.
  33. 33. Argente J, et al. Lancet Diabetes Endocrinol. 2024;13(1):29–37.
  34. 34. Poitou C, et al. Eur J Endocrinol. 2020;183;R149–R166